De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren is opnieuw gedaald. Uit het internationale PISA-onderzoek van 2025 blijkt dat 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen niet het leesniveau haalt dat nodig is om goed mee te kunnen komen op school. Zij lopen het risico laaggeletterd het onderwijs te verlaten, meldt de NOS.
Dat zijn zorgelijke cijfers. Zeker omdat de daling niet nieuw is. In 2018 zat ongeveer een kwart van de Nederlandse 15-jarigen onder het minimale niveau, in 2022 was dat ongeveer een derde en inmiddels gaat het om bijna vier op de tien jongeren.
Het gaat over 15-jarigen, maar toch is dit nadrukkelijk óók een onderwerp voor het basisonderwijs. Want een kind wordt niet ineens op zijn vijftiende een sterke of zwakke lezer. De basis voor leesvaardigheid, woordenschat, kennis én leesmotivatie wordt jaren eerder gelegd.
Blijven investeren in lezen
Er is niet één simpele oorzaak aan te wijzen voor de dalende leesvaardigheid. Wel weten we dat leesvaardigheid en leesmotivatie nauw met elkaar samenhangen. Wie goed kan lezen, leest vaker. En door veel te lezen, ontwikkel je je verder als lezer.
Juist daar ligt een aandachtspunt. Onderzoek van Stichting Lezen laat zien dat Nederlandse basisschoolleerlingen internationaal gezien weinig plezier beleven aan lezen. In de bovenbouw van de basisschool begint de leesmotivatie al te dalen, waarna die afname zich voortzet in het voortgezet onderwijs.
Dat maakt het belangrijk om op de basisschool niet alleen te leren hóé je moet lezen, maar kinderen ook veel kansen te geven om daadwerkelijk te lezen. Om verhalen te ontdekken. Om informatie op te zoeken. Om over teksten te praten. Om zelf boeken te kiezen. En om te ervaren dat lezen je iets oplevert.
Goed leesonderwijs vraagt dus om tijd, goede instructie én een rijke leescultuur.
Lezen omdat je iets wilt weten
Dat uitgangspunt sluit aan bij jeelo.
Leerlingen gebruiken binnen de projecten teksten als bron omdat ze iets willen weten of omdat ze informatie nodig hebben om verder te komen met hun project.
Een leerling die bijvoorbeeld onderzoekt hoe je dieren kunt beschermen, een gezonde leefstijl uitlegt of een advies maakt voor de inrichting van de eigen omgeving, heeft informatie nodig. Teksten krijgen daardoor een functie.
Door binnen een project verschillende bronnen te lezen, bouwen leerlingen kennis over een onderwerp op en komen woorden en begrippen steeds opnieuw terug in een betekenisvolle context. Samenhangend onderwijs dus.
Dat betekent overigens niet dat aandacht voor lezen vanzelf ontstaat zodra je projectmatig werkt. Ook dan moet een school bewust tijd maken voor technisch lezen, tekstbegrip, voorlezen, praten over boeken en begeleiden van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
Juist de recente cijfers zijn een goede aanleiding om daar als school opnieuw kritisch naar te kijken.
Hoe doen Jeelo-scholen dat?
Binnen de Jeelo-community zien we scholen die heel bewust extra aandacht aan lezen geven. Iedere school doet dat op een eigen manier.
Willibrordus
Basisschool Willibrordus in Esch maakt een duidelijke keuze: groep 1 tot en met 8 begint iedere ochtend met lezen.
De school werkt eveneens met LIST. Bij de jongste leerlingen begint dat met voorlezen en beginnende geletterdheid. Andere leerlingen lezen samen, met een tutor of zelfstandig. De schoolbibliotheek heeft een centrale plek en boekenbabbels worden gebruikt om kinderen nieuwsgierig te maken naar boeken.
Het doel dat de school zelf formuleert is veelzeggend: leerlingen ontwikkelen tot gemotiveerde en strategische lezers die zowel lezen om te leren als lezen voor hun plezier. Willibrordus werkt daarnaast schoolbreed met de projecten van Jeelo.
Basisschool Ariane
Basisschool Ariane gebruikt in de bovenbouw rijke teksten die aansluiten bij de Jeelo-projecten.
Daarbij kiest de school er bewust voor om niet altijd snel van tekst naar tekst te gaan. In groep 8 worden soms twee tot drie lessen aan één tekst besteed. Zo krijgen leerlingen de tijd om dieper in de inhoud en opbouw van een tekst te duiken.
Daarnaast lezen leerlingen veel stil en maakt voorlezen ook in de bovenbouw deel uit van de schooldag.
Basisschool Megelsheim
Basisschool Megelsheim in Meerlo verbindt lezen nadrukkelijk aan de schoolbibliotheek en aan de projecten.
De school heeft een eigen bibliotheek en werkt samen met BiblioNu. Rondom de Jeelo-thema’s worden boekenkisten samengesteld met boeken die bij het onderwerp passen. Kinderen kunnen bovendien boeken mee naar huis nemen.
De school, bibliotheek en vrijwilligers werken zo samen aan boekpromotie en leesplezier. Een Jeelo-project blijft daarmee niet beperkt tot de digitale of informatieve bronnen: ook kinderboeken krijgen een plek rondom het onderwerp.
De Schittering
Basisschool De Schittering in Hooge Zwaluwe heeft ervoor gekozen om begrijpend lezen, taalinzicht en taalbeschouwing te integreren in de Jeelo-projecten.
Daarbij kan het accent per project verschillen. Het ene onderwerp biedt bijvoorbeeld extra kansen voor woordenschat, terwijl leerlingen in een ander project andere taalvaardigheden nodig hebben om tot hun projectresultaat te komen.
Ook hier wordt lezen verbonden aan de inhoud waarmee kinderen bezig zijn.
Leesvaardigheid verdient elke dag aandacht
Voor Jeelo-scholen ligt er een kans om die werelden met elkaar te verbinden: lezen binnen betekenisvolle projecten. Een boek om helemaal in te verdwijnen. Een tekst omdat je iets wilt ontdekken. Een bron omdat je informatie nodig hebt. Een verhaal dat aanleiding geeft voor een gesprek. Want kinderen leren lezen door te lezen. En ze blijven lezen wanneer ze ervaren dat lezen interessant, waardevol en soms gewoon heel leuk kan zijn.
De cijfers over 15-jarigen zijn daarom niet alleen een waarschuwing voor het voortgezet onderwijs. Ze zijn een oproep aan ons allemaal om kinderen vanaf de basisschool gemotiveerde, nieuwsgierige en vaardige lezers te helpen worden.





