Ga met je groep naar buiten en kijk eens wat er groeit tussen de tegels, langs een muur of aan de rand van een berm. Grote kans dat je planten tegenkomt waar je normaal zo aan voorbijloopt. Ga stoepplantjes spotten met Hortus botanicus Leiden, bijvoorbeeld als schoolbrede opening bij Omgaan met natuur.
Dit is een van de manieren om de maatschappij en de natuur rondom de school bij het onderwijs te betrekken.
Welke stoepplantjes groeien rond jullie school?
Laat leerlingen eerst zelf op onderzoek uitgaan. Welke planten ontdekken ze op het schoolplein en in de straten rondom de school? Groeit er iets tussen twee tegels? Tegen een gevel? Langs een fietspad of in een berm?
Om te achterhalen wat ze gevonden hebben, kunnen leerlingen de stoepplantjesposter van de Hortus gebruiken. Daarop staan 52 veelvoorkomende soorten, van madeliefje en paardenbloem tot muurpeper, kleefkruid en gewoon varkensgras.
Zo wordt een wandeling rondom de school vanzelf een onderzoek: goed kijken, kenmerken vergelijken, namen opzoeken en vondsten vastleggen. Met de verzamelkaart van de Hortus kunnen leerlingen bijvoorbeeld bijhouden welke plant ze hebben gezien, waar die groeide en wanneer ze hem vonden.
En zodra leerlingen weten wat er groeit, ontstaat een interessante vervolgvraag: waarom laten we deze plantjes eigenlijk staan?
Stoepplantjes dragen bij aan de biodiversiteit in stad en dorp. Ze zorgen voor verkoeling op warme plekken en zorgen dat overtollig regenwater weg kan lopen. Ook kunnen deze plantjes voedsel bieden aan insecten en andere dieren. Een plant tussen twee stoeptegels blijkt dan ineens onderdeel van een veel groter verhaal over natuur, klimaat en onze eigen leefomgeving.
Van buitenonderzoek naar verder werken in de klas
Na de ontdekkingstocht hoeft het onderzoek niet te stoppen. De Hortus heeft verschillende materialen ontwikkeld waarmee leerlingen verder kunnen.
Naast de poster met 52 soorten zijn er ook een poster waarop planten per maand zijn ingedeeld en een verzamelkaart. Daarnaast zijn er voorleesverhalen, knutselactiviteiten, kleurplaten en een stoepplantjeskwartet. In dat kwartet ontdekken leerlingen bijvoorbeeld dat je planten op allerlei manieren kunt indelen.
Bekijk hier de downloads en activiteiten van Hortus botanicus Leiden.
Geef de planten een naam met stoepkrijt
Wil je dat niet alleen de leerlingen, maar ook ouders, buurtbewoners en voorbijgangers anders naar die plantjes gaan kijken? Pak dan het stoepkrijt erbij.
Bij botanisch stoepkrijten schrijven leerlingen de Nederlandse of wetenschappelijke naam naast een gevonden plant. Zo verandert de omgeving van de school in een kleine plantenroute. Iemand die normaal langs een plant loopt zonder hem op te merken, ziet ineens: hé, daar groeit een hertshoornweegbree of een kleine veldkers.
Dat past ook mooi bij de Jeelo-gedachte van school midden in de maatschappij. Leerlingen onderzoeken niet alleen iets uit een boek of op een scherm. Ze gaan hun eigen leefomgeving in, gebruiken kennis van een maatschappelijke organisatie en delen wat ze hebben geleerd vervolgens weer met die omgeving. Jeelo wil de maatschappij de klas in halen én de klas de maatschappij in laten gaan, steeds in aansluiting op de leerdoelen van een project.
Meer doen met maatschappelijke organisaties bij Omgaan met natuur
Hortus botanicus Leiden is één voorbeeld van expertise en activiteiten van buiten de school verbinden aan onderwijs. Binnen het Jeelo-project Omgaan met natuur zijn veel meer mogelijkheden.
Jeelo heeft daarvoor een overzicht met suggesties. Bij groep 1 en 2 ligt de nadruk bijvoorbeeld op struinen in de natuur met een natuurorganisatie, boswachter of agrarisch bedrijf. Groep 3 en 4 kan bermen en sloten bekijken met bijvoorbeeld een hovenier of natuurorganisatie. Bij groep 5 en 6 verschuift het naar het onderzoeken van biotopen en bij groep 7 en 8 naar onderwerpen rond het beschermen van het milieu.
Bekijk Suggesties maatschappelijke organisaties – Omgaan met natuur
Tip: maak je vraag aan een maatschappelijke organisatie zo concreet mogelijk en geef meteen aan bij welk onderdeel van het project de activiteit moet aansluiten. Zo wordt een bezoek, wandeling of workshop geen los uitstapje, maar onderdeel van wat leerlingen op dat moment leren.




